Nieuws over opstelterrein

NIEUWS

BEVERWIJK – Zojuist is er een gezamenlijk persbericht van de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Castricum en Uitgeest over de voorkeurslocatie opstelterrein uitgegaan.

Deze staat hieronder. De conclusie is dat de variant Uitgeest N203 de voorkeur van de gezamenlijke gemeenten is. Het ligt daarom in de lijn van de verwachting dat dit ook overgenomen gaat worden. De voorkeursvariant wordt middels een brief aan de staatssecretaris Mansveld kenbaar gemaakt.

trein opstel
Bron: VVD Beverwijk

In die brief staat dat voor de alternatieven Beverwijk/Velsen Wijckerpoort en Beverwijk/Velsen De Scheg geldt dat deze ongewenst zijn omdat hierbij verstoring en overlast plaatsvindt in de leefomgeving van inwoners die geen aansluiting hebben op de betreffende spoorverbinding. Daarnaast waren de varianten tot € 30 miljoen duurder dan andere varianten. Voor Beverwijk een goed resultaat. De wethouders vragen overigens wel extra maatregelen voor de Uitgeest N203 variant.

De inspanningen en de vragen die wij als VVD hebben ingediend, hebben uiteindelijk vruchten afgeworpen. Goed om te zien dat de argumenten serieus zijn genomen en dat er goed onderzoek is verricht. Aldus de VVD

Het persbericht:

LOCATIEKEUZE OPSTELTERREIN SPRINTERS: ‘UITGEEST N203’

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Uitgeest, Castricum, Heemskerk, Beverwijk en Velsen geven de voorkeur aan ‘Uitgeest N203’ als toekomstig opstelterrein voor sprinters met eindstation Uitgeest. Deze locatie ligt aan de zuidwestkant van de aansluiting van provinciale weg N203 op rijksweg A9. De gemeenten hebben in totaal acht alternatieven beoordeeld op hun voor- en nadelen. Ook aan de gekozen voorkeurslocatie kleven volgens de gemeenten bezwaren, maar die lijken hier beperkter van aard dan op de andere plaatsen.

Locatie ‘Uitgeest N203’ levert volgens de gemeenten de minste verstoring op voor mens, milieu en landschap. Daarbij weegt zwaar mee dat er bij deze locatie geen direct omwonenden zijn. De gemeenten delen hun keuze binnenkort per brief mee aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op 28 januari 2015 lichten zij dit nader toe in een bestuurlijk overleg met het ministerie, de provincie Noord-Holland en ProRail.

De gemeenten geven bij hun keuze voor ‘Uitgeest N203’ aan dat zij rekenen op een aantal maatregelen ter verzachting of compensatie van de gevolgen voor de omgeving van het inrichten van een opstelterrein voor sprinters. Er zal immers sprake zijn van hinder door geluid en licht. De openheid van landschap, groen en water wordt aangetast. Natuur, aardkundige en cultuurhistorische waarden zullen te lijden hebben. Bovendien kan sprake zijn van waardevermindering van woningen en agrarische bedrijven, alsmede beperking van agrarische bedrijvigheid en belemmering van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Behalve maatregelen ter compensatie van deze nadelen verwachten de gemeenten een verbetering van het ruimtegebruik, de kwaliteit en het aanzicht van het stationsgebied van Uitgeest. Ook wordt aangedrongen op een minimalisering van het aantal rangeerbewegingen en een inpassing zo dicht mogelijk tegen de huidige infrastructuur van de N203 en A9.

Waarom een opstelterrein in de regio?

In 2010 heeft het Rijk een beslissing genomen over de invoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Dat programma vereist tal van aanpassingen waaronder het realiseren van voldoende opstelcapaciteit in de nabijheid van station Uitgeest als eindstation voor sprinters. ProRail heeft voor dit opstelterrein in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu de afgelopen jaren een alternatievenonderzoek uitgevoerd. De acht door ProRail onderzochte alternatieven liggen in de gemeenten Uitgeest, Castricum, Heemskerk, Beverwijk en Velsen.

De vijf gemeenten hebben in overleg met het ministerie, de provincie en andere belanghebbenden kunnen deelnemen en meedenken in het onderzoek naar de alternatieven. Doel was om te komen tot een gezamenlijk voorkeursalternatief. De gemeenten zijn nog steeds geen voorstander van een opstelterrein in deze regio, maar zijn van oordeel dat met de voorgestelde locatie de schadelijke gevolgen maximaal kunnen worden beperkt. Het is uiteindelijk aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu om mede op basis van de adviezen van gemeenten, provincie Noord-Holland en ProRail te beslissen over de locatie van het opstelterrein. De realisatie daarvan wordt niet eerder verwacht dan 2020.


Widget is loading comments…


Twitter
Visit Us
Follow Me
Volg mij via e-mail
RSS
INSTAGRAM
Houzz